PDF Afdrukken

MISSIE/VISIE
Elke leerling is uniek, heeft zijn of haar talenten. Voor hen willen wij werken aan een veilige, uitdagende leef- en leeromgeving", luidt onze missie.

In de eerste jaren staat basisontwikkeling voorop. Doel is dat de kinderen komen tot een brede ontwikkeling waarop in groep 3 (en hoger) voortgebouwd kan worden. Basisbegrippen die horen bij basisontwikkeling zijn: een kleuter moet zelfvertrouwen hebben, nieuwsgierig zijn en emotioneel vrij zijn. Dan kan het zich ontwikkelen. Een brede ontwikkeling is belangrijk als voorbereiding op het werken in hogere groepen waar specifieke kennis en vaardigheden centraal staan. Ook in de midden- en bovenbouw spelen we zoveel mogelijk in op de verschillen tussen de leerlingen.

Er is een doorgaande lijn m.b.t. het zelfstandig werken. Op de Julianaschool is een veelgehoorde kinderkreet "wij gaan zwoepen"! Zwoep staat voor "zelfstandig werk overzicht en pakket", hierop staat een "moet-" en "mag-kant". De moet-kant is basisstof, die door alle leerlingen gemaakt moet worden. De mag-kant is verrijkings- en verdiepingsstof, en bestaat uit zowel taal- als rekenopdrachten, opdrachten op de computer, allerlei creatieve opdrachten en (gezelschaps)spelletjes. Van de mag-kant, het woord zegt het al, mogen de kinderen zelf hun werk kiezen. Door deze manier van werken bereiken we dat de kinderen gemotiveerd aan het werk zijn, omdat ze zelf mogen kiezen wat ze gaan doen. We bevorderen hiermee de zelfstandigheid en het planmatig werken. Ook zetten we de kinderen aan tot samenwerken.

Zorg en aandacht voor de leerlingen staat bij ons hoog in het vaandel. Door het ontwikkelen van een goede zorgstructuur streven we naar een optimale zorgbreedte. De groepsleerkrachten zijn primair verantwoordelijk voor de leerlingen in hun groep. Zij worden in hun rol als leerlingbegeleider ondersteund door de intern begeleiders die de leerlingenzorg coördineren. In het zorgoverleg bespreken de intern begeleiders de voortgang van de structurele leerlingenzorg met de remedial teachers en de directeur. Voor elk leergebied zijn minimumdoelen vastgesteld. Met behulp van signaleringstoetsen wordt nagegaan welke leerlingen deze doelen niet halen. Bij uitval wordt door de groepsleerkracht en/of intern begeleider nader onderzoek verricht. Aan de hand van deze gegevens wordt een handelingsplan opgesteld dat in de klas, evt. met ondersteuning van de remedial teacher, wordt uitgevoerd. Kinderen die opvallend hoger presteren wordt een verrijkingsprogramma aangeboden.
De Kon. Julianaschool werkt met een intern kwaliteitssysteem, leerkrachten werken continue aan hun professionaliteit door scholing en zijn aanspreekbaar op hun professionaliteit.